Vorige week vrijdag ging ik op excursie naar het Teylers Museum in Haarlem.
Eén van de vakken die ik het afgelopen blok heb gevolgd ging over Bezit en Behoud, het ontstaan van verzamelingen en de ontwikkeling van musea die daaruit voort is gekomen.
Het vak was erg interessant, al ging het gepaard met een hoop leeswerk, een lastig essay (maar ik had een 7) en een openboek-tentamen. Nu klinkt dat laatste misschien als een zegen, maar niets is minder waar.
De vragen die op een openboek-tentamen worden gesteld zijn extra vaag geformuleerd waardoor je nooit zeker weet of je het juiste antwoord hebt opgeschreven.
We kregen 3 uur om het nogal uitgebreide tentamen te maken en ik was een kwartier voor het eind klaar, met klotsende oksels en een lamme hand van het schrijven als souvenir.
Hoewel dit mijn laatste tentamen was, durf ik nog niet toe te geven aan het vakantiegevoel.
Hoe goed ik ook probeer te leren en hoe braaf ik ook altijd naar de hoor- en werkcolleges ga, toch blijf ik een onzeker hoopje wat betreft uitslagen en cijfers. Bij mij geldt altijd: 't kan vriezen of 't kan dooien. Vooral van universitaire docenten is verre van duidelijk wat ze nu precies verwachten en of ze op enigszins milde of juist brute wijze rode strepen door je zinnen zetten.
Maar goed, terug naar het onderwerp, de excursie!
Ik was al wel eerder in Haarlem geweest (wat een geweldige stad!) maar nog niet in het Teylers Museum.
In de literatuur die we moesten lezen werd het concept museum vergeleken met een kerk en daar kon ik mij helemaal in vinden toen ik in het Teylers sprakeloos om mij heen stond te kijken.
Het hele museum ademt geschiedenis en ik kreeg het gevoel alsof ik in een schatkamer stond. Nu heb ik dat wel vaker in musea (met oude kunst, ik ben minder groot fan van moderne kunst) en in dit geval ging het niet zozeer om wat er te zien was, maar om de sfeer en het feit dat het een museum van het museum is.
Alles wat ik gelezen had voor dit vak zag ik voor mij: het Teylers museum is het oudste museum van Nederland en is uitgebreid maar de oude delen zijn grotendeels gelaten zoals ze zijn. Daardoor is het oudste gedeelte praktisch nog zoals het was in de 18de eeuw. Als je door de schilderijzalen loopt dan zie je hoe men in de loop van de tijd dacht over de manier van tentoonstellen. 'In den beginne' werden zalen tot aan het plafond volgehangen met schilderijen om maar zoveel mogelijk tentoon te kunnen stellen en een overzicht te kunnen geven. Later werd dit minder en tegenwoordig hangen er in vergelijking met het aantal schilderijen dat in het depot van een museum zijn geborgen nog maar heel weinig kunstwerken aan de muur omdat het een kwestie van l'art pour l'art is.
Verder zijn er munten en naturalia die zijn tentoongesteld op een soortgelijke manier als men in de 16de eeuwse Kunst- und Wunderkammer, de voorloper van het museum, deed.
Hoewel ik het knagende gevoel van het vooruitzicht nog heel hard te moeten leren dat weekend niet uit kon zetten, heb ik toch ontzettend genoten van deze excursie. (Ik heb bewust niet alles bekeken want mijn liefste wil er ook erg graag een keer samen heen, dan heb ik ook nog wat tegoed en loop ik niet de hele tijd overenthousiast te kwetteren over wat ik allemaal uit mijn geheugen kan opgraven.)
Ik heb heel wat excursies gehad de afgelopen drie studiejaren, en daar zaten ook winterse stadswandelingen tussen waarbij je eigenlijk niet helemaal meekreeg waar de docent enthousiast over aan het ratelen was omdat je oren waren bevroren en je druk bezig was met een poging tot het ontdooien van je paars geworden vingers... ;)
Het was een mooie afsluiting van het studiejaar, nu maar hopen dat de uiteindelijke cijfers dit benadrukken...
(EDIT: heb een 7 en een 8 als eindcijfers, ik ben blij!)
In de trein terug zat ik moederziel alleen in de coupé en kon ik ongegeneerd een snapshot maken om het gelukzalige gevoel van deze dag vast te leggen.

1 reacties:
Mooie foto's! Ik ken het museum niet, maar het gaaf uit!
Een reactie plaatsen